Mondomijn maakt leren rigoureus persoonlijk

Ik heb 33 kinderen in de groep. Maar ik heb 40 plakjes deeg, dus ik heb voor jullie ook een appelflap.’ Dylan van een jaar of 9 staat geconcentreerd in de keuken. Alsof hij nooit anders gedaan heeft, bakt hij ontspannen, zelfverzekerd en vastberaden in het licht van de 5 meter hoge ramen. Achter hem is het keukenblad verdwenen onder de 40 appelflappen in wording.

Even verderop oefenen twee klasgenoten met rekenen en op de achtergrond zijn flarden van gymende kinderen te horen. Daartussen zitten wij samen met kamerleden Rens Raemakers (D66), René Peters (CDA), bestuurder Peter Notten en directeur Joke Tillemans. ‘Joke, zou jij zo de oven kunnen dicht doen als ik naar boven loop?’ Welkom bij Mondomijn in Helmond, één van de meest vernieuwende scholen van Nederland. Isa en ik gingen op bezoek om te leren van hun ervaring en expertise.

Helmond of all places? Ja, Mac van Dinther beschreef het vorige week al in de Volkskrant ‘Noteer maar, u moet naar Helmond’. Niet alleen voor het sterreneten van Rozario, maar dus ook voor Mondomijn!

Hoe is de eerste indruk? We zijn om precies te zijn aan de rand van Helmond Brandevoort. Een keurige nieuwbouwwijk, waar in 2009 Mondomijn met 5 kinderen in een noodgebouw begon om onderwijs en opvang volledig geïntegreerd aan te bieden. Acht jaar later zijn er vier ‘domijnen’: 0-3 jaar, 3-6 jaar, 6-9 en 9-12 jaar. In ieder ‘domijn’ van ongeveer 100 kinderen werken leerkrachten, pedagogisch medewerkers en vakdocenten in teams van 6. De wachtlijst is gevuld tot 2021….

Aha, een integraal kindcentrum, dat is toch niks nieuws? Die gedachte ging ook weleens door ons hoofd, maar Mondomijn oogt, voelt en is anders. Natuurlijk werken ze vanuit 1 visie, 1 plan en 1 team, maar ze breken ook radicaal met bestaande schotten en structuren. Kinderen volgen zangles in onderwijstijd en rekenen in opvangtijd. Iedere leerling volgt hier een programma op maat met naast lezen en rekenen, ook chinees of piano. Er zijn geen klassen, noch lokalen. Het voelt als een gezellig woonhuis zonder deuren. En kinderen beslissen zelf wat ze willen leren.

‘Vrijblijvend is dat niet: kinderen stellen samen met hun coach doelen en worden daaraan gehouden,’ vertelt Joke terwijl achter ons drie meiden doelgericht van de blauwe zelfstudie naar de roze instructieruimte lopen. Instructies, zelfstudie en ontspanning vinden naast elkaar plaats. ‘Ik hoef niet te weten wie nu precies leerkracht of pedagogisch medewerker is’, antwoordt Joke als we vragen naar de samenstelling van het team. ‘Hun functies zijn ook niet gescheiden, het zijn je werkzaamheden die je rol en bijbehorende loonschaal bepalen.’

Ok, 100 kinderen in 1 unit die zelf bepalen wat en waar ze leren, dat klinkt als dé kans voor een mega-apenkooi. Dat zou je zeggen. Maar toen we om half elf rondliepen in het gebouw was elk kind geconcentreerd bezig. Een groepje 8-jarigen op hun sloffen bij de naaimachine, de 5-jarigen bij de Engelse instructie en de kleuters bij de gezamenlijke imitatie van een raket (‘het thema is deze week ruimte’).

Oh, maar ze zitten dus niet met z’n allen achter de iPad hun gepersonaliseerde schema te doorlopen? Een aantal kinderen volgt een instructie op de iPad, maar het merendeel is samen aan het werk. Zonder uitzondering waren ze, ondanks (of dankzij) de flexibele ruimte naast elkaar gefocust bezig. Met gekleurde planningen, waarvan elk staafje matcht met de juiste ruimte, onder de arm doorliepen ze rustig en doelgericht hun eigen leerplan. ‘We houden kinderen niet vast op een stoeltje, ze mogen juist bewegen tussen de verschillende onderdelen in. Op de middelbare school ontdekken ze opeens dat ze niet zomaar naar de wc kunnen gaan of pauze kunnen nemen. En dat docenten geen feedback van hen verwachten‘, vertelt Joke met een grote glimlach.

Laat het ‘systeem’ dit onderwijs toe? Tja, goed vraag. Mondomijn doet het gewoon. Hinkelend tussen de wettelijke obstakels. Het is de wet die een strikt onderscheid vereist tussen opvang en onderwijs: jarenlang werden er netjes twee verslagen gemaakt van het ouderoverleg (dat zowel de MR van de basisschool als de ouderraad van de opvang ineen vormde) en werd van elke stoel beschreven of die van opvang- of van onderwijsgeld betaald was. ‘Een toetskalender? Groepshandelingsplan? Pestprotocol? Hebben we niet. Maar we kunnen uitleggen wat we wel doen: kinderen hebben een gepersonaliseerd leerplan en daar leggen we uitgebreide verantwoording over af’ De inspectie moest haar eigen checklists overboord gooien, maar raakte overtuigd. Het afgelopen jaar kreeg Mondomijn zelfs het predicaat ‘excellent’.

Aha, to live outside the law you must be honest*…. Precies. Ooit uitgesproken door Bob Dylan, maar voor veel vernieuwende scholen een ‘way of doing’. ‘Ik besteed de helft van mijn tijd aan het delen van onze ervaring en kennis, maar de barre realiteit is dat jullie als nieuwe school een groot deel van deze wettelijke discussies lokaal nogmaals moeten voeren met de inspectie, de GGD en de gemeente’, verzucht Joke.

En Isa en Michelle, wat hebben jullie nu geleerd? Mondomijn heeft ons nog meer in staat gesteld een nieuwe invulling te geven aan het concept ‘school’.

Het deed ons denken aan de afscheidsrede van hoogleraar pedagogiek Micha de Winter, waarin hij aangeeft dat ‘als je kinderen van jongs af aan weet mee te geven dat ze ertoe doen, dat de samenleving ook op hén zit te wachten, dan motiveer je ze om zich in te spannen en zich te ontwikkelen.’ Dat is wat ze bij Mondomijn dagelijks doen, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij het talent van ieder kind.

Het woord ‘talent’ geeft ook stof tot nadenken. Kinderen ontdekken graag waar ze goed in zijn. Maar niet elk talent draagt bij aan ‘goed’ (samen)leven. Ergens makkelijk binnenkomen, lijkt een mooi talent, totdat je het inzet zoals Octave Durham dat in deze bijzondere documentaire laat zien.

Bovendien ontwikkelen kinderen talenten vaak deels al uit zichzelf. Als nieuwe school willen we de wereld verder opentrekken: iemand met groot rekeninzicht in aanraking brengen met muziek of de snelle lezer het plezier van sport laten ervaren, zodat we ‘een plaats zijn waar we tegenkomen wat we uit onszelf wellicht nooit hadden gezocht‘, zoals onderwijsfilosoof Gert Biesta het verwoordt. Of ons ‘van Ali B naar Johann Sebastian B‘ ontwikkelen, zoals onderwijskunstenaar Sjef Drummen het treffend zegt.

Bijvoorbeeld voor ons idee over:

  • De leerkrachten: voor ons bezoek vroegen we ons af of we in onze school alleen met leerkrachten zouden werken of met een gemixt team. We hadden het idee dat een gemixt team ook ongelijkgwaardigheid zou kunnen veroorzaken (extreem gezegd: pedagogisch medewerkers die afwassen, terwijl leerkrachten instructie geven). Mondomijn laat zien dat een gemixt team juist van meerwaarde kan zijn.
  • De bekostiging: We leerden ook dat er meerdere wegen naar Rome leiden als het gaat om bekostiging. Mondomijn is niet duurder dan reguliere scholen in combinatie met kinderopvang. Ook hier betaal je wettelijk gezien voor BSO. Afhankelijk van het inkomen krijgen werkende ouders tot 90% van dit bedrag terug van de kinderopvangtoeslag. Voor onze nieuwe school vinden we het belangrijk om een heel helder aanbod aan ouders te bieden van een basis- en totaalpakket, waarbij we niet elk uurtje hoeven administreren en factureren. Mondomijn kiest echter bewust voor een uitgebreid keuzemenu. In dit menu stellen ouders en kinderen zelf een pakket samen. Dit zorgt voor meer administratie, maar het maakt de school ook toegankelijker. ‘Ouders kunnen ook kiezen voor het betalen van slechts één middagje’.
  • Het onderzoek: ons bezoek bevestigde onze wens voor een onderzoekssamenwerking met de Radboud universiteit en Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Gepersonaliseerd leren is geen nieuwe ontwikkeling: het bestaat al honderden jaren. Toch blijft het interessant te kijken onder welke omstandigheden je dan het beste leert. Scholen als Mondomijn en Niekee doen daar in samenwerking met andere basisscholen en universiteiten onderzoek naar. Het is ook onze wens aan dit onderzoek bij te dragen.
  • Leren: zonder dat we het per se willen, nemen we altijd onze eigen basisschoolervaring mee. Een bezoek aan Mondomijn herinnert ons daar weer aan, als we bij het zien van zoveel verschillende activiteiten in 1 ruimte het gevoel krijgen dat het rustiger zou moeten zijn of meer gestructureerd om tot goed leren te komen. Mondomijn laat zien dat structuur en stilte niet altijd een vereiste zijn, mits  alles van leerkracht tot planning en gebouw maar een grote voorspelbaarheid creëert.

Toch klinkt het allemaal bijna te mooi om waar te zijn…  Ja, het duizelde ons op de terugweg. De vanzelfsprekendheid waarmee elk kind en elke begeleider precies lijkt te weten wat te doen is zo groot dat we bij vlagen jaloers zijn op het ogenschijnlijke gemak … Tegelijkertijd is aan alles merkbaar dat hier knoeperhard gewerkt wordt met mensen als Joke als stille motor.

De appelflappen van Dylan, nog een tikje ‘al dente’, stemmen vrolijk. Inderdaad Mac van Dinther, er bloeit veel moois op in Helmond.

 

 

*Dit is zowel een citaat uit een Bob Dylan song als de titel van de workshop die Sjef Drummen, onderwijskunstenaar bij Niekéé, gaf tijdens ’10 op de schaal van richter’.